— Vast collection — No Restrictions — Own Your Music!
Music
Life
Volkmann was Prefessor of harmony and counterpoint at the National Academy of Music in Budapst at about the time of his death.
[in Dutch]
Friedrich Robert Volkmann werd geboren in Lommatzsch bij Freiberg in Sachsen. De eerste muzieklessen kreeg hij van zijn vader, die zanger en koorleider was. In Leipzig behoorde de organist Carl Becker tot zijn leermeesters. Na korte tijd in Praag te hebben gewerkt, was Volkmann van begin jaren veertig tot 1854 werkzaam in het Hongaarse Szemerted. Daarna is hij vier jaar in Wenen gevestigd. De roep om in Wenen te blijven en zelfs een uitnodiging van de Thomaskerk in Leipzig kunnen hem er niet van weerhouden opnieuw naar Hongarije af te reizen, waar hij van 1858 tot zijn dood actief is in Budapest. In 1875 wordt hij docent harmonie en contrapunt aan de Hongaarse Muziekacademie. Zijn gebrekkige kennis van het Hongaars is geen beletsel dat de Hongaren hem bijna als een landgenoot in de armen sluiten. Dat moet meer aan zijn persoonlijkheid hebben gelegen dan aan zijn muziek, waarin hij wel ‘Hongaarse trekjes’ heeft verwerkt, maar die toch vooral de invloed van de Duitse romantiek verraadt. In het bijzonder van Mendelssohn en Schumann, die hij tijdens zijn studietijd in Leipzig persoonlijk had leren kennen. Reinhold Sietz noemt in de encyclopedie Die Musik in Geschichte und Gegenwart de eerste van Volkmann’s twee symfonieën opus 44 en 53 "de belangrijkste Duitse symfonie tussen Mendelssohn en Brahms. Van zijn kamermuziek oogstte het Pianotrio in Bes opus 5 de waardering van zowel Liszt als Wagner. De meeste van Volkmann’s talrijke composities zijn echter vergeten.
Het blijvendst zijn wellicht de in Boedapest geschreven Serenades voor strijkers opus 62 en 63 (1869) en 69 (1871). Volkmann komt de eer toe het serenadegenre in de Romantiek weer met stemmingsvolle klanken te hebben opgepakt. Dvorák en Tsjaikovsky volgden weinige jaren later. Hoewel de vier deeltjes van de Serenade nr. 2 in F slechts door een fermate (rustpunt) van elkaar worden gescheiden, hebben ze inhoudelijk weinig met elkaar te maken. Of het zou de onderlinge contrastwerking moeten zijn, waarbij het opvalt dat Volkmann in deze serenade niet een echt langzaam deel heeft opgenomen. Het Allegro moderato is driedelig van vorm met een canon tussen alten en eerste violen als middenstuk. In de harmonie en zeker het ritme van het Molto vivace, een soort perpetuum mobile, valt het niet moeilijk Hongaarse kenmerken te herkennen. De wals roept reminiscenties op aan Schubert’s Weense "Ländler". In de mars zullen Hongaren weer elementen uit hun volksmuziek hebben ontdekt.







